Coronavirus: trainingen op locatie weer gestart, online trainingen blijven beschikbaar informatie.

(DO NOT) Fake it till you make it

Header image

Iedereen is dol op quick fixes. Wat zonder moeite kan, heeft de voorkeur boven hard werken. Dit verklaart voor een groot deel de hype die in presentatieland in opkomst is : de powerpose, oftewel: fake it till you make it.  Het lijkt een simpele oplossing voor een probleem waar veel sprekers mee worstelen: spanning en onzekerheid tijdens het presenteren.

Powerposes

Sociaal psychologe Amy Cuddy legt in haar veel bekeken TED praatje uit 2012 uit hoe onze binnenkant (hoe we ons voelen en hoe we onszelf waarnemen) gelinkt is met onze buitenkant (hoe we ons bewegen en gedragen). Zelfverzekerde mensen nemen veel ruimte in door breeduit te zitten en grote bewegingen te maken en onzekere mensen maken zich klein door hun lichaamsdelen zo dicht mogelijk naar zichzelf toe te trekken. Zo lezen we aan elkaars buitenkant af wat er van binnen bij iemand gebeurt.

Geest en lichaam zijn één

Grappig genoeg blijkt dit principe ook te werken als je het omdraait. Bij mensen die twee minuten een zogenaamde powerpose aannemen (dat zijn poses waarin je jezelf groot maakt), wordt er een aantoonbare stijging van het hormoon testosteron in het lichaam gesignaleerd. Dit hormoon wordt geassocieerd met zelfverzekerd en assertief gedrag.

Met andere woorden, door jezelf een paar minuten in een grote, dominante en krachtige lichaamshouding te zetten, verandert je gevoel en de manier waarop je je omgeving ervaart. Onzekerheid maakt plaats voor assertiviteit. Gevoelens van onmacht maken plaats voor ontspanning en overtuiging van eigen kunnen.

Hoe lang dit effect aanhoudt is nog niet helemaal duidelijk, maar Cuddy’s onderzoek levert het bewijs voor iets wat veel mensen intuïtief al wisten: geest en lichaam zijn niet te scheiden; ze reageren onwillekeurig op elkaar.

Ziedaar de quick fix. Waarom al die moeite doen om aan zelfvertrouwen te winnen als je ook een powerpose kunt doen vlak voor die moeilijke presentatie of die pittige vergadering? Toch denk ik dat er een paar flinke haken en ogen aan dit principe zitten.

Onzekerheid tijdens het presenteren

De belangrijkste oorzaak voor spanning rondom presentaties, voorstelrondje en sollicitatiegesprekken is wat wij de performance stand noemen. De performance stand is de houding waar gewone mensen inschieten als ze zich als een acteur gaan gedragen: vlak voor de presentatie zetten ze zich schrap, halen nog eens diep adem en schrapen ze hun keel; nog even zij zijn aan de beurt en ze gaan enorm hun best doen.

Eenmaal in deze performancestand, bekijken ze zichzelf door de ogen van het publiek: “Hoe zie ik er uit en waar laat ik m’n handen?” of “Waarom zeg ik toch de hele tijd uh?”. In plaats van zich te richten op de communicatie met de ander regisseren ze zichzelf en proberen ze stem, bewegingen en expressie zo goed mogelijk aan te sturen.

Dit bewust aansturen gebeurt in een deel van het brein dat we het werkgeheugen noemen. Helaas is de ruimte in het werkgeheugen maar heel beperkt en is het daardoor niet geschikt om zulke complexe processen aan te sturen. Hierdoor ontstaat een verschijnsel dat bewegingswetenschappers explicit monitoring oftewel verlamming door over-analyse noemen. Beweging, ademhaling en spraak: alles functioneert moeizamer als het werkgeheugen overvraagd wordt.

Gorillastandje

Terug naar de powerpose. Mensen die voorafgaand aan een presentatie in het wc-hokje wiebelend op de wc-bril nog even gorillastandjes uitvoeren hebben een grote kans zichzelf in de performance stand te zetten. Ze zijn sterk gericht op zichzelf en op hoe ze overkomen. De meeste professionals die ik tegenkom – de geboren acteurs daargelaten – floreren niet in deze stand. Integendeel: hoe meer ze hun best doen om goed over te komen, hoe vlakker en houteriger hun presentatie wordt.

Mijn advies is dan ook om te stoppen met het aansturen van de buitenkant. Gedraag je niet als een acteur: je bent het namelijk niet. Je bent een professional die regelmatig inhoud en ervaringen deelt met collega’s en daar hoef je gelukkig niet voor te kunnen acteren.

Binnenkant managen

Maar wat dan wel? Er moet toch een manier zijn om spanningen te lijf te gaan en optimaal te presteren? Mijn advies is om wel degelijk gebruik te maken van de koppeling tussen lichaam en geest, maar je te richten op het managen van die binnenkant. Heb je je mindset op orde, dan volgt de buitenkant vanzelf.Het goede nieuws over werken aan je binnenkant is dat het effect beduidend duurzamer is dan de quick fixes aan je buitenkant. Maar het kost wel wat meer werk en moeite. Helaas: ‘No pain, no gain’. Jammer wel eigenlijk.


Meer over uitstraling en zelfmanagement vind je in onze training Zelfpresentatie