Coronavirus: trainingen op locatie weer gestart, online trainingen blijven beschikbaar informatie.

Hoe je een goed gesprek voert met een complotdenker

Header image

Ik sta samen met mijn dochter voor de lift van haar studentenflat in Amsterdam. Er hangt een niet te missen bord naast de knop: “In verband met Covid-19 maximaal twee personen tegelijk in de lift”. We horen ‘ping!’ en de deur schuift open. Er staat een jongen in de lift van een jaar of vijfentwintig met een volle boodschappentas naast zich. Ik roep ‘We wachten wel op de volgende’. Maar hij maakt een uitnodigend gebaar met zijn hand en zegt ‘ik vind het niet erg hoor’, waarop mijn dochter enthousiast ‘ik ook niet!’ terugroept en instapt. En voor ik het weet sta ik ook in de lift en vraag me af of dat nou wel zo slim was.

Nog voor de deur goed en wel dicht is zegt de jongen ‘Het is sowieso de vraag of het allemaal wel zin heeft hè….want ik heb hier nog geen corona gezien. Maar als we maar bang zijn kunnen ze doen wat ze willen….’ Ik denk aan de statistiek over besmettingen in Nederland die ik vanochtend nog zag in de krant en glimlach vriendelijk. Maar de jongen ziet mijn gêne niet en gaat nog even verder ‘…dit virus komt de regering natuurlijk goed uit, terwijl het eigenlijk ontzettend meevalt…’. Gelukkig zijn we op onze verdieping voordat hij zijn verhaal kan vervolgen. Opgelucht roep ik ‘Fijne nog dag hè!’ en stap snel met mijn dochter de lift uit.

Tegenspreken heeft geen zin

In dit geval had ik de mazzel dat ik in een lift stond, maar met een beetje pech zit je naast een complotdenker op een familiefeestje. Die geliefde tante die beweert dat 5G masten de werkelijke oorzaak van het virus zijn. Of sta je op de buurtborrel naast die sympathieke buurman die bij hoog en bij laag beweert dat kinderen van vaccineren autistisch worden.

En ik weet niet hoe het jou vergaat, maar ik heb ontdekt dat tegenspreken in zo’n geval weinig zin heeft. Want hoeveel onderzoeken je ook citeert, ze hebben altijd wel ergens gelezen dat het in werkelijkheid heel anders zit. Dit soort discussies brengen dan ook zelden gelijkspel of nieuwe inzichten, eerder verwijdering.

Nieuwe informatie, oude overtuigingen

De verklaring voor hardnekkige overtuigingen vinden we volgens neurologe Tali Sharot in ons brein. In haar boek ‘The Influential Mind’ laat ze zien dat we nieuwe informatie altijd beoordelen vanuit onze oude overtuigingen. Je kunt met nóg zoveel nieuwe feiten laten zien dat je van een BMR prik écht niet autistisch wordt, maar dat achterhaalde onderzoek over autisme heeft zich al stevig genesteld in het brein van de complotdenker. Omdat het zo perfect aansluit bij de overtuiging. Andersom werkt het precies hetzelfde: hoe verder nieuwe informatie afstaat van onze overtuigingen, hoe kleiner de kans dat we deze informatie goed inschatten.

Je kunt natuurlijk je mond houden als iemand een bedenkelijke theorie verkondigt in de lift. Maar gelukkig kan het ook anders, zo laat het Centre of Disease Control and Prevention in Amerika ons zien. Ook zij probeerden fabeltjes over vaccineren onder ouders te ontkrachten, ook zij liepen hierin hopeloos vast. Een groep psychologen vond een uiterst effectieve oplossing: heb het over iets anders. Probeer hun oude overtuiging niet te veranderen met nieuwe feiten maar ga op zoek naar iets gemeenschappelijks waar je bij aan kunt haken.

Effectief communiceren met complotdenkers

Ouders zijn er wél van overtuigd dat hun kind beschermd moet worden tegen dodelijke ziektes. En dat vinden artsen ook. Dus voortaan kiezen ze tijdens gesprekken met argwanende ouders de weg van de minste weerstand. Ze praten over de verwoestende effecten van ziekten en laten zien hoe de vaccinatie bescherming biedt. En dat blijkt veel beter te werken. Als een gevestigd idee niet uit te roeien valt is het beter om het niet te bestrijden, maar om een nieuw idee zaaien.

De volgende keer dat een student in de lift roept dat corona een verzinsel van de regering is gooi ik het over een andere boeg. Ik zal begrijpend knikken en zeggen dat ik toch blij ben dat de IC’s niet meer zo vol liggen. En dat als hij een eng ongeluk krijgt, er tenminste weer een plekje voor hem is. Goeie kans dat hij ja zal knikken: natuurlijk moeten er genoeg bedden in het ziekenhuis vrij zijn voor slachtoffers van ongelukken. En daarna zal ik zeggen dat ik die anderhalve meter afstand helemaal niet zo’n gek idee vind, zelfs in de lift. Nu alleen nog zorgen dat ik niet instap omdat mijn medepassagiers hier anders over denken.

Wil jij slimmere verhalen leren ontwikkelen? Kijk dan eens naar de training Storydesign en Storytelling (ook online)