Alexander Pechtold

Wie een ernstige boodschap wil overbrengen voor een publiek heeft een inner smile nodig. Een goede politicus weet dat. Als je de boodschap 100% serieus neemt, als de innerlijke relativering ontbreekt, dan wordt het saai. Het wordt moeilijk om naar zo iemand te luisteren, of erger: oninspirerend. Een beetje politicus vergeet dus nooit dat het maar een spel is, en maakt het zo dragelijk voor de luisteraar. Sommige politici gaan daar weer wat te ver in. Neem Alexander Pechtold.

Kereltje Pechtold

Columnist Jan Blokker doopte hem in 2006 tot ‘Kereltje Pechtold’, een naam die hem hem tot op de dag van vandaag achtervolgt. De volledige omschrijving was destijds als volgt:

‘…. een kereltje, een parmantigerd, en soms zelfs vertederend met z’n ondoelmatige brutale waffel…’

Ferme taal, waarvan ik graag in het midden laat of het ook waar is. Het gaat mij om de uiterlijke omschrijving: Jan Blokker kiest woorden als ‘parmantig’ en ‘vertederend’. En dat herkennen we ergens wel.

Hush puppy

Let er maar eens op: als Alexander goed op dreef is, dan beweegt hij veel en kort met hoofd en handen. Zijn ogen twinkelen heftig in zijn ronde gezicht terwijl zijn lippen veelzeggend krullen van de pret. Daarbij trekt hij zijn wenkbrauwen hoog op terwijl ze aan de zijkanten juist weer afhangen. De associatie met een hush-puppy dringt zich op. Een hush-puppy die niet kan wachten tot hij zijn eten krijgt dan. Want dat is wat er gebeurt: Alexander Pechtold wil heel graag. Zijn plezier, zijn gedrevenheid wordt zichtbaar in zijn levendige mimiek. Zó zichtbaar dat het hem soms kwetsbaar maakt. Want dat gebeurt er als je teveel van jezelf laat zien: mensen nemen je minder serieus. Echt waar. Of ze krijgen de indruk dat jij hèn niet serieus neemt. En dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.

Ethos

Overigens: wie helemaal niets laat zien komt weer te bedreigend over en verhoogt daarmee zijn status bovenmatig. Dat soort mensen ervaren we als te spannend. De waarheid ligt dus weer eens in het midden. Of in dit geval ergens tussen een inner- en een outer smile in. Als politicus moet je deskundig maar toch ook weer benaderbaar overkomen. Je moet niet teveel weggeven, maar ook weer niet te weinig.  Je moet overwicht tonen, maar ook weer menselijk zijn. Het is een spagaat die de oude Grieken al kenden. Ze hadden er zelfs een naam voor: ethos

‘Term uit de Retorica voor de persoonlijkheid van de redenaar die deskundig, deugdzaam en  sympathiek moet overkomen op het publiek om zijn rede geloofwaardig te maken. Als een spreker als zodanig door het publiek geaccepteerd wordt, is dat een goede basis om de toehoorders te overtuigen.’
(uit: Het Letterkundig Lexicon)

Ook Alexander ontkomt er dus niet aan. Natuurlijk is zijn enthousiasme bewonderenswaardig. Natuurlijk is het belangrijk dat hij zijn gedrevenheid toont. Maar een beetje minder kan in dit geval helemaal geen kwaad.

Natalie Holwerda 2009