Sharon Dijksma

Sharon Dijksma (1971) zeilde als het toentertijd jongste kamerlid ooit, de Kamer in. Met haar 23 jaar was ze een unicum. Nu in 2014 heeft ze een indrukwekkend trackrecord: kamerlid, vicevoorzitter PvdA, staatssecretaris en daarna nog een keer staatssecretaris. En bijna burgemeester van Nijmegen, maar dat lukte nèt niet. Dagblad Trouw roemt in een profiel dat onlangs over haar verscheen haar daadkracht en behendigheid, en betitelt haar daarbij als bestuurlijk zwaargewicht.

Toch is dat niet het eerste beeld dat bij mij bovenkomt als ik een publiek optreden van Dijksma bekijk. Mijn verbazing ligt erin dat iemand zó consequent niets van haar eigenheid kan laten zien. Kijk ter illustratie even naar het volgende interview met Sharon Dijksma:

Beleidsautomaat

Je ziet hier een plichtmatige, formele, voorspelbare beleidsautomaat die teksten uitspuugt. Geen aarzeling en geen hapering. Alles netjes gearticuleerd. Weinig expressie in haar stem, geen rafelrandjes, geen autonome impulsen, geen herkenbare emotie.  Ik kan niet horen wat ze ergens echt van vindt, helemaal niks van dat alles. Deze staatssecretaris is zo bedreven in het produceren van uitgewogen teksten (die goed overdacht zijn en waar vooral niemand mee in de problemen kan komen) dat het er helaas ook toe leidt  dat niemand er warm of koud van wordt.

Heel veel mensen die presenteren lijden onder dit verschijnsel. En dan vooral mensen die heel hard werken en altijd goed hun best doen. Ze koersen bij officiële momenten vooral op ‘hoe het hoort’ en raken daardoor hun eigen spraak- en bewegingspatroon kwijt. Ondertussen wijst alles erop dat Dijksma in het echt leuker is. Ik probeer me voor te stellen hoe dit in de praktijk werkt. Misschien zet ze ’s ochtends na haar muesli  haar formele staatssecretarisstand aan, doet dan haar dingetje op haar werk, komt avonds thuis en zet haar haar secretarisstand weer uit. Vanaf dat moment praat ze ook weer normaal, zoals normale mensen doen.  Zo van: “Hoe was het op je werk schat?”, “Nou dat zal ik je vertellen, wat een afschuwelijke teringbende zeg”.

Gebrek aan transparantie

Het lastige aan dit gebrek aan transparantie (ander woord voor niet bij iemand naar binnen kunnen kijken om te zien wat daar leeft) is dat we haar ook nooit helemaal zullen vertrouwen. We kunnen gewoon te weinig inschatten hoe ze echt is. En met ‘echt’ bedoel ik dan hoe ze beweegt, spreekt en expressie geeft als ze niet in haar staatssecretaris-stand staat. Helaas is het ook zo dat als we niet helemaal kunnen inschatten hoe warm/betrouwbaar iemand nou echt is, we voor de zekerheid maar rekening houden met het slechtste.

Maar ook voor haar competentie doet dit plichtmatige gedrag weinig; echt zelfverzekerde mensen (zeg maar de mensen die men in het algemeen als leiders beschouwt) durven eigen impulsen te volgen. Laten we haar voor de gein maar eens vergelijken met Jan Marijnissen. Deze populaire SP leider wekte ook de indruk behendig te zijn. Maar het voelde tegelijkertijd alsof we bij hem naar binnen konden kijken, met andere woorden, dat hij ‘echt’ was. En dat hij durfde te doen wat ie zelf wilde. Overigens zeg ik hier nadrukkelijk: wekte de indruk. Want een indruk is natuurlijk nog geen waarheid.

Maar wacht even, ik dwaal af. Dit stukje gaat niet over Marijnissen, dit gaat over Sharon Dijksma. En over al die andere gezagsdragers hun ‘officiele’ jas aantrekken en daardoor aan impact inboeten. Ik wens deze gedreven staatssecretaris  in haar resterende regeertijd heel veel succes en vooral een beetje meer kraak en smaak toe.

2014
Farah Nobbe