Wouter Bos

Meestal kijken we bij een analyse eerst naar concreet gedrag van de persoon en omschrijven we dan welke indruk dat oplevert. Bij Wouter Bos draaien we het om.

Prettig voorkomen

Op het eerste gezicht lijkt het alsof hij alles mee heeft. Prettig voorkomen, welbespraakt, sympathieke uitstraling. Maar toch, waarom laat hij dan zo’n flauwe indruk achter, lijkt hij zo gladjes en gepolijst. Begrijp me goed, we zeggen hier niets over de inhoud, maar hebben het alleen over de uitstraling, de presentatie. Als we wat verder kijken naar de presentatie van Bos valt vooral op hoe hij zijn stem hanteert. Hij verbindt de woorden nogal aan elkaar (legato). Verder hanteert hij een prettige toonhoogte (relatief hoog, wat een vriendelijke indruk geeft) die weinig varieert in toonhoogte. Er zitten weinig uitschieters in tonen in, zowel naar boven als naar beneden. Ook de laatste woorden van zijn zinnen blijven relatief hoog. Er worden weinig ‘punten’ gezet (een duidelijke lagere toon aan het einde van de zin). Dit alles bij elkaar maakt dat Wouter Bos een sympathieke, vriendelijke indruk maakt maar tekort schiet op kracht (lage tonen, punten zetten, staccato spreken). Hij vertoont weinig contrast en dynamiek in z’n spreken. De scherpe kantjes zijn er als het ware af. En dan zijn we weer terug bij de eerste indruk: aardig, prettig, sympathiek, maar ook gepolijst, weinig krachtig. (vergelijk hem in dit opzicht eens met Jan Marijnissen).

Scherpe kantjes

We hebben het in deze rubriek eerder al eens gehad over ‘transparantie’ en ‘congruentie’ en dat deze de sleutels zijn naar ‘authenticiteit’. Is Wouter Bos authentiek? Is hij echt iemand met weinig scherpe kantjes, beetje krachteloos? Ik het zo’n vermoeden van niet; als hij geirriteerd raakt blijven z’n zinnen hoog in toon en vloeiend uitgesproken. Maar ondertussen beginnen z’n ogen donker te fonkelen (m.a.w. hij knippert niet meer en spant z’n oogspieren aan terwijl hij wel kleine kijkbewegingen naar links en rechts maakt). Ik vermoed dat er meer kracht in zit dan er uit komt. Maar helemaal zeker weten doe ik het niet.

Farah Nobbe
2008