Boeken Spreekangst
Een sterke eerste indruk maak je door vanaf het begin warm én competent over te komen. Dat doe je door in gesprekken, vergaderingen en presentaties verbaal en non-verbaal aan de juiste knoppen van je persoonlijke presentatie te draaien: zelfpromotie, erkenning geven, ruimte innemen en contact maken.
Een goede eerste indruk maken gaat dus verder dan losse buitenkanttrucjes, zoals een stevige handdruk, een glimlach of een slim openingszinnetje. Je wilt juist systematischer te werk gaan en consistent beter overkomen.
Als mensen elkaar ontmoeten, lezen ze razendsnel twee dingen af. Eén: ben jij voor of tegen mij? Dat is de warmtekant. Twee: ben jij in staat om te handelen naar je intentie? Dat is de competentiekant. Deze twee dimensies bepalen in hoge mate of mensen je vertrouwen, serieus nemen en met je mee willen bewegen.
Nu scoort bijna niemand op beide aspecten even hoog. We hebben allemaal de neiging om vooral op de ene of juist op de andere kant te leunen. De een zet zwaar in op deskundigheid en minder op warmte. Het effect: je wordt strak, afstandelijk of formeel gevonden. De ander wil vooral aardig gevonden worden en levert in op stevig aanwezig zijn. Een sterke eerste indruk ontstaat in de combinatie: je bent benaderbaar én stevig.
We geven je een paar handreikingen die je kunt toepassen om een sterke eerste indruk te maken.
Het werkt niet om te zeggen dat je competent bent. “Ik ben heel ervaren” of “Ik weet hier veel van” werkt niet. Dit vraagt namelijk van je publiek dat ze jou op je woord geloven.
Veel sterker is het om objectieve wapenfeiten te geven waaruit de ander zelf de conclusie trekt. Dat doe je door feitelijk bewijs te leveren. Denk hierbij aan aantallen, concrete ervaring, specifieke observaties of resultaten die relevant zijn voor je publiek.
Mening: “Ik heb veel verstand van verandercommunicatie.”
Wapenfeit: “De afgelopen drie jaar begeleidde ik vijf teams die vastliepen op besluitvorming. In al die trajecten zagen we hetzelfde patroon: iedereen was het inhoudelijk best eens, maar niemand durfde het verlies te nemen.”
In deze laatste variant wordt jouw deskundigheid zichtbaar zonder dat je hoeft op te scheppen. Dus zoek je naar hoe je een goede eerste indruk maakt, focus je dan op concrete ervaringen, relevante observaties en feiten over jouw bijdrage.
Zelfpromotie moet. Maar alleen zelfpromotie is vermoeiend. Wie een goede eerste indruk wil maken, beperkt zich niet tot zenden maar richt zich ook op het erkennen van de ander. Benoem daarom wat er speelt in de ruimte. Wat is de aanleiding? Wie zit er tegenover je? Wat houdt ze bezig? Daarmee laat je zien: ik kom hier niet alleen mijn verhaal brengen; ik zie en hoor jullie en denk over jullie na.
Voorbeeld: “Jullie werken natuurlijk al maanden aan dit dossier en hebben alle opties inmiddels in kaart gebracht. Vandaag zitten we bij elkaar om knopen door te hakken. Ik neem jullie in tien minuten mee langs de keuze die volgens mij het meeste oplevert.”
Een sterke persoonlijke presentatie gaat niet alleen over verbale signalen. Het gaat ook over waar je je aandacht op richt. De manier waarop je je aandacht verdeelt tussen drie aspecten: jezelf, je verhaal en je publiek, bepaalt in hoeverre de ander contact ervaart.
Aandacht op jezelf: je maakt contact met jezelf en voelt of bedenkt hoe het met je gaat. Misschien heb je behoefte aan een glas water. Of je merkt wat je ergens van vindt.
Aandacht op je verhaal: je scant je verhaal op logica en verloop. Heb je alles gezegd wat je wilde zeggen? Moet er nog iets verduidelijkt worden?
Aandacht op de ander: je stemt af op de ander of op je publiek. Je vraagt je af of wat je zegt binnenkomt, of je connectie hebt en hoe je de ander erbij kunt betrekken.
Om erachter te komen hoe jouw aandachtsverdeling in de regel is, evalueer je je laatste gesprek of presentatie: waar ging mijn aandacht voornamelijk naartoe? Was ik vooral bezig met hoe ik overkwam? Duik ik monomaan de inhoud in of heb ik echte interactie gehad?
De stelregel is dat een goede eerste indruk ontstaat wanneer je contact met jezelf en je verhaal kunt blijven maken, maar grotendeels met je aandacht bij die ander bent.
Bijvoorbeeld: je zit in een overleg en wilt een voorstel doen. Zit je aandacht vooral bij jezelf, dan denk je: “Hoe kom ik over, zit ik niet te veel te friemelen?” Zit je aandacht vooral bij je verhaal, dan werk je je verhaal van A tot Z af. Zit je aandacht daarentegen vooral bij je publiek, dan stem je als vanzelf af en zoek je de interactie op. Dat laatste heb je nodig voor een goede persoonlijke presentatie.
Competentie wordt non-verbaal vooral gelezen aan de hoeveelheid ruimte die je inneemt en aan hoe ontspannen je oogt.
Klein bewegen wordt vaak gelezen als weinig dominant en minder competent. Groot bewegen, rustig praten en bewust kijken worden juist als steviger ervaren. Probeer als oefening maar eens wat er gebeurt in een drukke stationshal als je jezelf “groot” maakt: neem stevige passen en kijk van je af. Merk je dat anderen voor je aan de kant gaan, dan ben je geslaagd in het innemen van ruimte. Niet alleen je bewegingen nemen ruimte in, ook de hoeveelheid tijd die je inneemt is een vorm van ruimte opeisen: tijd om te kijken, te bewegen en te spreken.
In de interactie wordt competentie gelezen door de mate waarin je richting geeft in plaats van te reageren. Denk aan: iets stellen in plaats van vragen, initiatief nemen in een voorstel, tempo en ritme bepalen en je eigen impulsen durven volgen.
Als mensen feedback krijgen op hun eerste indruk, nemen ze vaak de oplossing te letterlijk. “Je kijkt zo serieus” vertalen ze voor zichzelf naar: ik moet meer lachen, ook als ik het niet leuk vind.
“Je bent zo bescheiden” wordt dan: ik moet harder praten.
“Je komt dominant over” wordt: ik houd m’n mond maar.
Maar degene die feedback geeft beschrijft vooral de indruk die je achterlaat en weet zelf vaak niet precies hoe die indruk ontstaat. Neem tips dus niet klakkeloos over, maar vraag door. Welke indruk gaf ik precies? Waardoor ontstond die indruk? Wat zag of hoorde je mij doen?
Misschien hoef je wel niet vaker te lachen, maar helpt het als je meer zelfpromotie doet. Misschien hoef je niet harder te praten, maar wel meer in de lead te gaan. Of misschien kun je net zo dominant blijven als je nu bent en hoef je dit alleen te combineren met een beetje meer warmte en erkenning.
Het misverstand over persoonlijke presentatie is dat sommige mensen het nu eenmaal hebben en anderen niet. Alsof uitstraling een soort mysterieuze X-factor is. In werkelijkheid bestaat je eerste indruk uit zichtbaar gedrag: hoe je binnenkomt, luistert, formuleert, pauzeert, kijkt, reageert en ruimte inneemt.
Jouw eerste indruk komt het prettigst over als je warmte combineert met competentie: ruimte innemen én contact maken, wapenfeiten noemen én erkenning geven. De combinatie is krachtig: je bent zichtbaar aanwezig én afgestemd op de ander. Zo ontstaat de eerste indruk van iemand die warm en competent is.
Dat gedrag kun je onderzoeken. Je kunt feedback ophalen. Je kunt ontdekken of je vooral warm, vooral competent of allebei wordt gelezen. En je kunt kleine aanpassingen maken zonder in te boeten aan authenticiteit.
Op het werk maak je een goede eerste indruk door vanaf het begin concrete wapenfeiten te geven waaruit je deskundigheid blijkt. Combineer dat met het over de ander te hebben.
Vermijd dat je kiest voor alleen warmte of alleen competentie. Zie beide aspecten als losse knoppen die je afzonderlijk van elkaar hoger kunt draaien. Een sterke eerste indruk ontstaat wanneer je verbinding maakt én overtuigend bent.
Warmte en competentie bepalen samen of mensen je vertrouwen én serieus nemen. Warmte laat zien dat je voor de ander bent: je geeft erkenning, luistert en stemt af. Competentie laat zien dat je iets te brengen hebt: je noemt wapenfeiten, neemt ruimte in, stelt in plaats van vraagt en geeft richting. In persoonlijke presentatie gaat het om de combinatie.
Ja. Een eerste indruk bestaat uit zichtbaar gedrag dat je kunt onderzoeken en oefenen: hoe je binnenkomt, kijkt, luistert, formuleert, pauzeert, reageert en ruimte inneemt. Je kunt leren om je aandacht beter te verdelen tussen jezelf, je verhaal en je publiek. Vraag daarbij niet alleen: wat deed ik goed of fout? Vraag vooral: welke indruk liet ik achter, en waardoor ontstond die?
Een sterke eerste indruk draait om persoonlijke presentatie: de manier waarop anderen jou lezen in professionele situaties. Wie een goede eerste indruk wil maken, combineert warmte met competentie. Dat doe je door wapenfeiten te noemen zonder op te scheppen, erkenning te geven zonder te pleasen, contact te maken zonder je richting kwijt te raken en fysiek en verbaal ruimte in te nemen zonder dominant te worden. De kern is aandachtsverdeling: blijf verbonden met jezelf en je verhaal, maar richt je aandacht vooral op de ander. Zo ontstaat de indruk van iemand die aanwezig, betrouwbaar en deskundig is. Een eerste indruk is daarmee geen aangeboren talent, maar trainbaar gedrag.
In de trainingen Persoonlijke Presentatie van Nobbe Mieras onderzoek je hoe anderen jou lezen en aan welke knoppen jij kunt draaien om warmer, competenter en overtuigender over te komen. Je oefent met contact maken, ruimte innemen, wapenfeiten benoemen en je aandacht verdelen tussen jezelf, je verhaal en je publiek. Zo leer je niet om een rol te spelen, maar om bewuster invloed uit te oefenen met gedrag dat bij jou past. Ontdek hoe je een sterke eerste indruk maakt!
Bekijk onze trainingen