Kort, korter, kortst: vier presentatieformats in een notendop

Header image

Ze kijken verveeld naar hun schoenen, checken de Whatsapp of beantwoorden in het ergste geval openlijk hun mail: luisteraars met de spanningsboog van een goudvis. De steeds vluchtiger manier waarop we informatie tot ons nemen, zorgt ervoor dat ons concentratievermogen zichtbaar terugloopt. Volgens een omstreden Microsoft-onderzoek zouden we onze aandacht er zelfs nog slechter bijhouden dan een goudvis: 8 versus 9 seconden. Gelukkig blijkt dit een broodje aap, maar het blijft een interessante vraag: hoe lang kun je jouw luisteraars eigenlijk geboeid houden?

De Amerikaanse onderzoeker Bryer deed hier onderzoek naar. Hij vergeleek hoorcolleges van 20 en van 50 minuten met elkaar, met identieke onderwerpen. Direct na afloop testte hij wat de studenten nog wisten. Een aantal weken later vroeg hij opnieuw wat ze van het college onthouden hadden. En wat bleek: de studenten die de korte versie gevolgd hadden, hielden even veel informatie vast als de studenten die een college van 50 minuten hadden bijgewoond.

Kort presenteren lijkt dus een goed idee. Maar hoe ga je te werk, en welk format kun je daar het best bij gebruiken? Om je op weg te helpen deel ik een aantal van de bekendste korte presentatieformats met je, van 18 minuten tot dertig seconden, en bespreek de voor- en nadelen ervan.

18 minuten: de TED Talk

Het TED-format daagt sprekers uit om in maximaal 18 minuten de ‘presentatie van hun leven’ te geven over hun expertise. Het praatje mag geen zware theoretische kost bevatten, en moet zo toegankelijk mogelijk gemaakt worden. Daarnaast mag er absoluut niets verkocht worden, het doel is bijdragen aan een betere wereld door het delen van kennis.
Het TED-praatje wordt in Amerika gezien als de gouden standaard voor hedendaags presenteren. Het format werd ontwikkeld in 1984 tijdens de eerste Californische TED-conferentie (Technology, Entertainment, Design).

Het voordeel van deze vorm is dat het, mits goed uitgevoerd, lekker weghapt. Het is dan ook gemaakt voor laag betrokken publiek, met weinig voorkennis en een beperkte spanningsboog (want op YouTube). Het nadeel laat zich raden: deze vorm pakt niet echt lekker uit als je publiek hoog betrokken is en de diepte in wil. Dat gebeurde toen een wetenschapper een TED-achtig verhaal hield voor een subsidiecommissie. Het irriteerde hen vooral; zij hadden statistieken en theoretische onderbouwingen nodig om subsidie te verlenen, geen toffe anekdotes.

De herkenbare structuur en stijl van het TED-praatje wordt tijdens dit praatje op een briljante manier op de hak genomen. Het legt de technieken van de TED-spreker feilloos bloot: van de ‘conversational style’ van spreken, tot de vlotte interacties met het publiek en de persoonlijke ontboezemingen aan toe. Smullen voor zowel de fans als de haters.

6 minuut 40: PechaKucha

PechaKucha is een presentatieformat waarbij je de opdracht krijgt om te spreken aan de hand van 20 slides die elk 20 seconden in beeld blijven. Dat levert dus een verhaal op van exact 6 minuten en 40 seconden, waarbij er zo min mogelijk tekst op de slide gebruikt wordt.

De PechaKucha-presentatie werd in 2003 ontwikkeld door twee architecten die werken in Japan, Astrid Klein en Mark Dytham. PechaKucha is Japans voor ‘chit chat’. Het hele idee achter deze vorm is vertraagd vertellen, of zoals ze het zelf zeggen:

"We want people to stop and look, listen and think about the presentations and that is really, really important; it’s kind of like a zen form of presentation."

Over de hele wereld worden er PechaKucha Nights gehouden, ook in Nederland. Al lijkt de populariteit van deze vorm de laatste jaren te zijn afgenomen. Het voordeel van PechaKucha is dat de spreker in korte tijd to the point moet komen en het verhaal visueel moet maken.

Het nadeel is dat het om een sterke performer vraagt, met een goed gevoel voor timing (20 seconden zijn erg lang als je te vroeg een stilte laat vallen). Persoonlijk vind ik het grootste nadeel aan deze vorm dat 20 x 20 seconden totaal geen ruimte laat voor dynamische variatie, het is een cadans die beter past bij een informatief dan bij een overtuigend verhaal.

Handig: een PechaKucha-presentatie over een PechaKucha-presentatie. Geen satire dit keer, maar een overzichtelijke handleiding voor als je zelf met deze vorm aan de slag wilt. Houd er dus wel rekening mee dat dit format veel voorbereiding vraagt.

3 minuten: FameLab

Het FameLab-format werd in 2005 ontwikkeld voor het Engelse Cheltenham Science Festival, maar wordt inmiddels over de hele wereld gebruikt. De sprekers (altijd wetenschappers) houden een presentatie van maximaal drie minuten waarin ze hun idee aan een algemeen publiek uitleggen. Er mogen geen slides gebruikt worden en het onderwerp ligt altijd op het terrein van STEM: science, technology, engineering, mathematics. Het doel is een publiek zonder enige voorkennis te betrekken bij hun vakgebied. Een jury van communicatie-experts beoordeelt de verhalen op ‘de 3 C’s’: content, clarity en charisma.

De kracht van dit format ligt natuurlijk in de lengte, en daagt wetenschappers enorm uit:

"My FameLab experience helped me to understand better how to convey my research, how to dissect the key information from the huge body of data. When you have only 3 minutes – every second counts."

Het werken binnen dit format is voor veel wetenschappers een leerervaring op zich, maar het nadeel is natuurlijk dat je maar één punt kunt maken, uitleggen en illustreren. Wie meer content kwijt wil, loopt onherroepelijk vast.

Dit winnende FameLab-praatje laat de kracht van het concept zien. De structuur is super simpel: een illustratie (een vis in de grote zee op zoek naar koraal), met daarbij een uitleg (wat gebeurt hier eigenlijk?) en een helder statement (geluid helpt het koraal herstellen). Omdat de illustratie de vorm van een anekdote heeft, zijn we vanaf het eerste moment aangehaakt en houden we de inhoud moeiteloos vast.

30 seconden tot 2 minuten: de elevator pitch

Tijdens een elevator pitch deel je een idee voor een product, service of project. De achterliggende gedachte is dat je je verhaal kunt doen in de tijd waarin een lift van de onderste naar de bovenste verdieping gaat: ongeveer 30 seconden tot 2 minuten. Het format is vaak simpel. Een korte aandachtstrekker, een probleemstelling, de oplossing (de boodschap) met een uitwerking van de voordelen en een call to action.

De elevator pitch werd in eerste instantie vooral gebruikt door ondernemers die bij een durfkapitalist financiering los wilden krijgen. Maar tegenwoordig wordt het ook wel tijdens het netwerken gebruikt, om jezelf krachtig te profileren. Het is een oefening op zich: kun jij binnen twee minuten je verhaal helder en aansprekend doen, en tegelijk aansluiten bij de ander? Het gaat hier echt over de essentie van de essentie, de vorm dwingt je om radicale keuzes te maken. En dat je verrassend veel kunt vertellen in anderhalve minuut, laten de winnende pitches van het tv-programma Dragon’s Den zien.

Het nadeel van deze vorm is natuurlijk dat er geen enkele ruimte voor verdieping is. Maar volledig zijn is hier dan ook niet het doel: de ander moet naar aanleiding van jouw pitch vooral meer willen weten. Een sterke elevator pitch daagt uit tot een dialoog . Het is het begin van een gesprek, niet het einde.

Deze Dragon’s Den pitch voor Gener8 laat zien hoe veel je kunt vertellen in anderhalve minuut. Ook hier glanst het verhaal van helderheid. De structuur is klassiek retorisch: een aandachttrekker die moeiteloos doorloopt in een probleemstelling, die weer een vraag oproept. Deze vraag wordt vervolgens beantwoord met de kernboodschap (Gener8 wil hier verandering in brengen), onderbouwd met drie praktische argumenten en afgesloten met een call to action. Om door een ringetje te halen.

Liever langer?

Soms zijn 20 minuten echt te kort, omdat er veel op het spel staat bijvoorbeeld, of omdat er veel bij je voorstel komt kijken. Wil je langer presenteren, realiseer je dan dat de concentratie van je toehoorders een golvende beweging maakt: na een gewenningsperiode van 2 à 3 minuten kan je publiek zich 10 tot 18 minuten concentreren. Daarna valt de concentratie tijdelijk weg en even later herstelt die zich weer. De spanningsbogen die hierop volgen, worden steeds korter, tot zelfs 3 à 4 minuten op het einde van een 50 minuten durende presentatie.

Kies bij een langere presentatie dus voor een sterke, dynamisch en uitdagende opbouw. Is je verhaal overtuigend van karakter, dan kun je gebruik maken van de retorische of storydesign verhaalstructuur. Deze structuur is gebaseerd op de psychologische principes achter het overtuigd raken. Het neemt je luisteraar stap voor stap mee in jouw nieuwe wereld, en laat hen zelf de juiste conclusies trekken en verinnerlijken. Daarbij is het cruciaal dat je voor voldoende afwisseling zorgt tussen statements, onderbouwingen en illustraties.

Zeg het, leg het uit en laat het vooral zien. Zo krijgt je luisteraar telkens nieuwe prikkels. En last but not least: sluit aan bij de denk- en leefwereld van je publiek. Want als ze zich herkennen in je verhaal, hebben ze opeens een verrassend lange spanningsboog.

Wil jij strategisch sterker leren presenteren? Nobbe Mieras trainingen geeft de komende maanden boeken over Storydesign plus e-course weg in het kader van de (eenmalige) ‘NL leert door’-subsidie. Hier is dus al voor betaald, het is een soort cadeau voor je carrière van de overheid. Hier kun je je inschrijven:


Inschrijven gratis e-course Storydesign

Natalie schreef dit artikel voor Tekstblad Premium, waar het eerder verscheen.