Opeens gaat het licht aan: de kracht van metaforen
Sommige sprekers zitten net in de inleiding van hun presentatie, als jij alweer afhaakt.
Het lukt je met de beste wil van de wereld niet om je hoofd erbij te houden. Je wordt overvallen door een soort moeheid en als je naar de spreker kijkt zie je een pratend hoofd. Er is niets in het verhaal dat je raakt, niets dat je gedachten prikkelt.
Dit soort sprekers maken vaak dezelfde fout: in de inleiding van de presentatie beginnen ze bij zichzelf.
De meeste sprekers starten hun presentatie inleiding met een verhaal over hun eigen achtergrond, hun eigen fascinatie of de historie van hun bedrijf. Op zich niks mis mee, maar als het daarbij blijft is het lastig om aan te haken. Ze hebben het namelijk vooral over zichzelf. Het gaat jou op geen enkele manier aan.
Presentatie-expert Peter Meyers noemt dit de verkeerde ‘You-I ratio’.
Hij stelt dat je in de eerste minuten van je presentatie meer ‘jij’ moet zeggen dan ‘ik’.
De reden is simpel: luisteraars zijn vooral in zichzelf geïnteresseerd. Als je de aandacht wilt dan is het dus slim om direct met hun favoriete onderwerp te beginnen: zijzelf.
Iemand die dit als geen ander begrijpt is Ginni Rometty, de voormalige CEO van IBM. Er staan talloze presentaties van haar online. Maar welke presentatie je ook bekijkt: je zult zien dat ze in de eerste momenten altijd start bij haar publiek.
Je ziet dat ze het onderwerp steeds terugdraait naar ons, het publiek. Ze kiest keer op keer het perspectief van de luisteraar, de YOU. Daardoor voelen we ons gezien en gehoord ook al zeggen we niets terug.
Chris Anderson, de curator van TED, vergelijkt presenteren met een reis. Je leidt je publiek door jouw verhaal. Zijn advies: begin in de wereld van je luisteraar en neem ze vanaf daar bij de hand.
Een van de manieren waarop je dit kunt doen is door te starten met een raadsel.
Het raadsel is een fantastische manier om je publiek te betrekken bij je onderwerp. Je activeert hun hersenen en lokt ze het verhaal in. Je daagt ze uit om een oplossing te vinden. Het is een soort cliffhanger. Veel goede sprekers en leraren gebruiken het raadsel om hun publiek te activeren en aangehaakt te houden tijdens de hele lengte van hun presentatie. We willen weten wat de oplossing is. Hoe loopt het af? Wat is het antwoord? Daarmee is het niet langer het belang van de spreker, maar dat van onszelf om alles te horen.
Het goede nieuws is dat jij dit ook kunt. Met wat simpel denkwerk vooraf vergroot je jouw impact aanzienlijk. We geven je vier tips voor een sterke inleiding:
1. Zorg dat je ik/jij ratio op orde is
Zeg tijdens je inleiding meer ‘jij’ of ‘jullie’ dan ‘ik’ of ‘wij’. Daardoor voelt je publiek zich direct meer aangesproken.
2. Start bij je publiek
Bedenk je vooraf waar ze mee bezig zijn. Welk thema’s zijn belangrijk voor je publiek? Met welke dilemma’s worstelen ze? Welke vragen leven er? Als je hiermee begint heb je gegarandeerd alle aandacht.
3. Haak aan bij wat er zojuist gebeurd is.
Zeg iets over de discussie die zojuist gevoerd is of haal een uitspraak van de vorige spreker aan. Gebruik dit om een brug te slaan naar jouw onderwerp.
4. Start met een raadsel
Stel een uitdagende vraag die je publiek activeert om tijdens je hele presentatie aangehaakt te blijven.